Jacques Villeneuve over de McLaren-strijd, herinneringen aan Williams en die chaotische sprint in China
Je kon de spanning zaterdag in Shanghai bijna snijden. Charles Leclerc had de smaak te pakken en joeg op de sprintzege, tot een “heel eng moment” – zijn eigen woorden later – hem een flinke tijd kostte en uiteindelijk de kans om het hoogste treetje te bereiken. De Monegask vertelde zijn Ferrari-mannen dat er meer gevochten werd dan hij had gehoopt, en je snapte meteen waarom: de McLarens waren overal, ze zwermden als boze horzen om hem heen. Ik moest meteen denken aan een andere vechtersbaas die nooit terugdeinsde voor een robbertje: Jacques Villeneuve.
De wereldkampioen van 1997 trekt tegenwoordig misschien geen helm meer, maar zijn stem snijdt nog steeds door het lawaai in de paddock heen als een perfect getimede inhaalactie. En nu McLaren weer mee doet, voorin meestrijdt, weet je gewoon dat de oude leeuw met een veelbetekenende grijns toekijkt. Hij heeft het allemaal meegemaakt, en de deuken in de trofeeën zijn het bewijs.
Villeneuves oordeel over de McLaren-strijd
Laten we eerlijk zijn: een paar jaar geleden was McLaren nog maar een schim van het imperium dat Senna en Hakkinen opbouwden. En nu? Nu ruilen ze klappen uit met Red Bull en Ferrari, en het is geweldig om te zien. Jacques, nooit iemand voor diplomatiek gemompel, zou je waarschijnlijk vertellen dat dit is hoe F1 hoort te zijn. Wiel aan wiel, geen genade vragen of geven. Die sprint in China was een perfect voorbeeld: Leclerc die tot het uiterste gaat, de papaya-auto's die op de loer liggen, één foutje – een moment van overstuur, een fractie te veel curb – en het hele plaatje verandert. Jacques Villeneuve over de McLaren-strijd zou simpel zijn: “Ze zijn terug, en ze hebben honger. Zo win je titels.”
Het is precies die mentaliteit van een echte racer die zijn eigen tijdperk definieerde. Dat vergeet je niet. En over tijdperken gesproken…
Williams-glorie en de auto's van de jaren 90
Elke keer als ik een moderne F1-auto zie, met al die complexe vleugels en hybride snufjes, dwaal ik af naar het verleden – of beter nog, pak ik een stoffig exemplaar van Formula 1 Car by Car 1990-99 uit de kast. Dat decennium was de speeltuin van Williams, en een glorietijd lang was het het kantoor van Jacques Villeneuve. De FW19, het Rothmans-livrei, dat V10-gebrul… het was rauw, meedogenloos en prachtig. Hij reed die auto niet zomaar; hij worstelde ermee, dwong hem, boog hem naar zijn wil.
- 1996: Rookie-seizoen. Vier overwinningen. Bezorgde Hill tot de laatste race kippenvel.
- 1997: Wereldkampioen. Acht overwinningen. Die finale in Jerez? Puur drama.
- 1998-99: De dominantie van Williams-Renault vervaagde, maar Jacques bleef vechten en sleepte resultaten uit een auto die haar scherpte verloor.
Als ik terugkijk op die Williams: Formula 1 Racing Team-jaren, besef je hoe cruciaal ze waren. Het ging niet alleen om het materiaal; het ging om de man erin. Villeneuve had die zeldzame combinatie van rauwe snelheid en ijzeren zenuwen. Hij ging de strijd aan met Schumacher, met Hakkinen, met wie dan ook. Het is hetzelfde vuur dat je vandaag de dag in Leclerc of Verstappen ziet.
Van de sprint in Shanghai naar de gladiatoren van weleer
Toen Leclerc klaagde over onderlinge strijd binnen het team – dat kleine duwtje met Hamilton, het gedrang om positie – kon je Jacques bijna horen grinniken vanuit zijn commentaarpositie. “Welkom bij het feestje, maat,” zou hij waarschijnlijk zeggen. In zijn tijd waren teamorders voor watjes. Je racete. Als je sneller was, haalde je in. Dat veroorzaakte wrijving, zeker, maar het smeedde ook kampioenen. De sprint in China was een herinnering dat, zelfs in dit tijdperk van data en teamradio-politiek, het oerinstinct om te racen nog steeds de kop opsteekt.
En hoewel de auto's veranderd zijn – een wereld van verschil met de V10-monsters uit de jaren 90 – blijft de kern hetzelfde. Het is mens en machine, dansend op het randje. Voor de echte petrolhead zijn de geesten van dat Formula 1 Car by Car 1990-99-tijdperk nooit ver weg. Ze zitten in het gehuil van een Mercedes-motor, in het remduel tot het laatste moment, in de blik in de ogen van een coureur die een inhaalactie inschat. Jacques Villeneuve was de personificatie van dat tijdperk. En of hij het nu heeft over de huidige strijd van McLaren of terugdenkt aan zijn eigen gevechten, hij is een levend, ademend bewijs van waarom we zoveel van deze sport houden.
Dus terwijl we vooruitkijken naar de daadwerkelijke Grand Prix van China, sta even stil bij het verleden. Bij Williams in hun hoogtijdagen. Bij een jongen uit Canada die de wereld vertelde uit de weg te gaan. En bij elke coureur, zoals Leclerc, die leert dat in de hitte van de strijd de engste momenten soms de beste verhalen opleveren.