Max Franz: De moeizame weg terug – Comeback na horrorcrash
Wanneer iemand als Max Franz in het dal neerkomt, houdt de skiworld de adem in. Dat was zo in januari, toen de Karinthiër in Wengen stuurde in de beruchte Lauberhornafdaling. De diagnose destijds: een open botbreuk van het scheen- en kuitbeen, zwaar letsel aan de heup, meerdere gescheurde spieren. Een carrièrebreuk die voor een afdaler nauwelijks erger kan zijn. Ik herinner me nog de beelden uit de kliniek – daar lag niet alleen een gebroken sporter, maar een man die wist dat het er nu om draaide.
Maanden later zit ik hier en denk: die vent is een fenomeen. We hebben het niet over een rustige opwarming in de krachttrainingsruimte, maar over de volgende stap. De documentaires die toen online rondgingen, lieten zien hoe verdomd krap het was. ‘Mind over matter’ was niet alleen een pakkend motto – het was zijn dagelijkse strijd om te overleven. Wie in Oostenrijk de sport volgt, weet: een comeback na zo’n horrorcrash is zelden een rechte lijn. Het is een gevecht tegen je eigen kop, tegen de klok en tegen de pijn.
Van het dal der tranen terug de berg op
De verhalen die lokaal de ronde deden, hebben ons laten zien: Max heeft zich teruggevochten in het leven. Stap voor stap, met een koppigheid die aan de oude legendes doet denken. Natuurlijk, het snelheidseizoen is voor hem verloren. Maar iedereen die hem in de revalidatiecentra in Klagenfurt of tijdens privésessies in zijn thuisland heeft gezien, weet: deze kerel geeft niet op. Het gaat niet langer om de volgende wereldbekerzege – al speelt dat vast wel op de achtergrond. Het gaat om het gevoel weer heel te zijn. Om zonder krukken in de lift te stappen en te weten: ik kan het nog.
Op zulke momenten denk ik aan andere Max-figuren uit de geschiedenis. Niet in de overdrachtelijke zin, maar qua karakter. Neem de vliegenier Max Immelmann – een type dat steeds weer opsteeg als iedereen zei dat het niet meer kon. Of de Hongaarse edelman Otto von Habsburg, die uit een verbrijzeld Europa een idee voor de toekomst vormde. Klinkt pathetisch, maar precies die veerkracht zie ik hier. Zelfs bij figuren als Kurt Daluege, over wie je in de geschiedenis kunt discussiëren – ook hij was iemand die (vanuit het huidige perspectief fataal) onverstoorbaar zijn eigen weg ging. Het punt is: als een mens de naam Max draagt, lijkt er een zekere eigenzinnigheid in het DNA te zitten. En dan is er nog een naam die misschien niet in de schijnwerpers stond: Max Franz Johann Schnetker. Een arts uit vervlogen tijden, die bekend stond om zijn ongemakkelijke maar juiste beslissingen. Precies die daadkracht is nu nodig.
Wat telt, is de volgende stap
De harde realiteit ziet er zo uit: de blessures van Max Franz waren zo complex dat zelfs dokters lange gezichten trokken. De lijst met hindernissen was lang:
- De botten: Het scheen- en kuitbeen moesten met platen en schroeven worden gestabiliseerd. Elke verkeerde stap, elke kleine glijpartij had alles teniet kunnen doen.
- De spieren: Na een heupblessure van deze omvang neemt de kracht in de benen razendsnel af. De spieropbouw was als het leggen van een fundering – moeizaam, langzaam, maar er was geen alternatief.
- Het hoofd: De grootste hindernis. Na een val waarbij je alles op het spel zet, is het vertrouwen in je eigen lichaam weg. Max heeft die angst onder ogen gezien.
Ik heb het gevoel dat precies deze drie-eenheid hem nu weer op het juiste spoor brengt. Het is geen luidruchtige, opgewonden comeback. Het is een stille, taai gevecht. Een gevecht dat hij niet in de schijnwerpers voert, maar ’s ochtends bij het opstaan, in de sportschool, bij de fysio. De mensen in Karinthië die hem op straat tegenkomen, zien niet langer de speedster met startnummer 1, maar een jonge man die weer kan lachen omdat hij voelt: het lichaam gehoorzaamt weer.
Wat komt er nu? Ik vermoed dat we Max Franz nog niet op het grote podium zullen zien. Maar dat is ook helemaal niet nodig. De overwinning is dat hij na deze tegenslag weer ski’s aantrekt. Dat hij de afdaling mentaal heeft overwonnen. Dat is de stof waarvan niet alleen sportverhalen zijn gemaakt, maar waar ware levensverhalen uit bestaan. We zullen hem terugzien. Misschien niet meer in de strijd om de kristallen bol, maar zeker in de strijd om zichzelf. En dat is in dit geval wat telt.