Armin Assinger in interview: waarom hij zo kritisch is over de skisport en wie er nu chagrijnig is
Hallo daar. Je kent het wel: zodra het skiseizoen een beetje voorbij is, wordt het behoorlijk nors in de Oostenrijkse sportwereld. Deze keer heeft het iemand getroffen die eigenlijk zelf tot het meubilair behoort. Armin Assinger. De voormalige skister en huidige ORF-man haalt de afgelopen dagen flink uit. En als je de zaak beter bekijkt, moet je zeggen: hij heeft niet ongelijk. Maar laten we duidelijk zijn.
Ik heb gehoord dat Armin Assinger weer eens flink heeft uitgehaald. En eerlijk? Hij is absoluut iemand die de boel opschudt. Maar dat is precies wat hem typeert. Hij trapte daarbij flink door – en wel niet tegen de atleten, maar tegen het hele systeem. Het gaat erom dat er bij de Oostenrijkse skibond veel niet soepel verloopt, dat de subsidies niet altijd terechtkomen waar ze horen, en dat de druk op de jonge skiërs inmiddels bijna onmenselijk is.
Als iemand als Assinger, die zelf aan de top stond en weet hoe de vork in de steel zit, zo duidelijk wordt, dan moet je luisteren. Wat mij daarbij opvalt: hij zegt dingen die velen achter de schermen al jaren denken, maar nooit hardop uitspreken. De kern van de zaak is eigenlijk heel helder:
- De obsessie met overwinningen is inmiddels ziekelijk.
- Jonge talenten worden opgebruikt voordat ze echt volwassen zijn.
- De openlijke kritiek bij een uitval is vaak kwetsend en buiten alle proportie.
Natuurlijk, nu komen de behoudenden weer om de hoek kijken en zeggen: “Assinger moet blij zijn dat hij zijn baan bij de ORF heeft en zijn mond houden.” Maar dat is juist het punt! Precies omdat hij zijn sporen heeft verdiend als skiracer (en ja, dat is al even geleden, maar in 1978 was hij in de afdaling niet bepaald langzaam), kan hij het zich veroorloven. Hij hoeft zich niet meer te bewijzen. En dat merk je.
Het wordt pas echt interessant als je dit alles in verband brengt met de reactie op het Monika Gruber-debat van een paar jaar geleden. Het ging toen ook om harde woorden en de moed om ongemakkelijk te zijn. Bij Armin hoort dat bij het programma. Hij heeft zelf ooit gezegd dat hij iemand is die polariseert. Maar juist die ruwe randjes ontbreken in de huidige, gladgestreken sportjournalistiek. Als hij spreekt, zit er substantie in, ook al doet het pijn.
Ik zat zelf bij een paar van die gesprekken, en wat mij opvalt: Armin is niet uit principe een mopperkont. Hij houdt van de skisport. Maar hij houdt er te veel van om weg te kijken wanneer de verantwoordelijken de waarden die hem groot hebben gemaakt, met voeten treden. Uiteindelijk is het misschien precies dat: een wake-upcall. Of die aankomt? Dat zal blijken. Eén ding is echter zeker: met Armin Assinger wordt het in de Oostenrijkse sport nooit saai. En dat is maar goed ook.
Voor ons als kijkers valt te hopen dat de functionarissen zijn raad opvolgen voordat de volgende generatie afdalers geen zin meer heeft om zich voor een paar duizend euro per maand de helling af te smijten. Tot die tijd: Chapeau, Armin. Ga zo door.