Mario Adorf overleden: afscheid van een legende van de Duitse film
Nou, hallo. Het nieuws raakt je toch harder dan je dacht. Mario Adorf – die kerel was er gewoon altijd. Of het nu als gemene schurk in het westernlandschap was, als nors familievader in de tv-fauteuil, of wanneer hij je in interviews met die schalksse blik recht door de ziel bliksemde. Gisteren, 8 april, is hij op 95-jarige leeftijd vredig ingeslapen in zijn appartement in Parijs. Een kort ziekbed heeft hem geveld, maar wie Mario Adorf kende, weet: tot het einde toe heeft hij geen scène gemist.
Van wildebras uit de Eifel tot het gezicht van de Duitse film
Geboren in 1930 in Zürich, opgegroeid in de ruige Eifel – dat heeft hem gevormd. De jongen zonder vader die zich met charme en die ongelooflijke aanwezigheid een weg moest banen. Acteren was geen toeval, maar pure noodzaak. Hij was niet de klassieke held, daarvoor was hij te echt. Te dicht op het leven. Terwijl anderen op witte paarden kwamen aanrijden, speelde hij de Bruno Lüdke in "Nachts, wenn der Teufel kam". Dat was in 1957, en het publiek was geschokt. Dat was precies zijn ding: de ruwe randjes, de afgronden. Hij was de schurk naar wie je toch graag keek. Hoe hij in 1963 in "Winnetou" de arme Nscho-tschi neerknalde – daar juichten de kinderen achter de buis van woede. En dat was precies wat een echte ster maakte.
De rol die hem voor altijd veranderde
Natuurlijk, hij had het in Hollywood kunnen maken. Maar hij had die Italiaanse vader, dat zuidelijke temperament dat gewoon niet bij de kernachtige Duitser wilde passen. In plaats daarvan werkte hij met de grootsten: Fassbinder, Schlöndorff, Billy Wilder. In Volker Schlöndorffs "Die Blechtrommel" (1979) was hij de nazistische kok Matzerath – een rol die hem definitief in het pantheon van de Europese cinema verankerde. Ik zeg je, als je de Oscar wint voor beste buitenlandse film, dan is dat wat. Maar Mario Adorf was niet het type dat zweefde. Hij bleef de jongen uit Mayen, die gewoon verdomd goed was in zijn vak.
- 1957: De doorbraak als tragische vrouwenmoordenaar in "Nachts, wenn der Teufel kam".
- 1979: Het icoon: Alfred Matzerath in de met een Oscar bekroonde "Blechtrommel".
- Jaren 80/90: Van schurk tot tv-lieveling ("Kir Royal", "Der große Bellheim").
- 2024: Zijn laatste grote optreden – via videoboodschap bij de Duitse Televisieprijs.
"Es hätte schlimmer kommen können" – Het leven als kunststuk
Een paar jaar geleden noemde hij zijn autobiografie: "Es hätte schlimmer kommen können – Mario Adorf". Dat was typisch Adorf. Geen zielig verhaal, maar een schouderophalen met een knipoog. Op zijn 94e zei hij via videoboodschap bij de Duitse Televisieprijs, omdat hij niet kon reizen: "Ik neem aan dat dit de laatste prijs is." Hij wist waar hij aan toe was. En toch bedankte hij zijn publiek voor "de decennialange trouw" – dat was zijn laatste boodschap aan ons. Deze man, die meer dan 200 films maakte, die met Loriot en Peter Ustinov kon lachen, bleef bescheiden tot het einde.
Hij laat zijn vrouw Monique, zijn dochter Stella en een hoop films na die we deze winter weer zullen opzetten. Of het nu "Lola", "Rossini" of de cultserie "Kir Royal" is – die Monsignore in "Monaco Franze", dat was misschien wel een geniale zet. Mario Adorf was een vertolker van mensen. Niet meer, niet minder. Maar dat is in onze huidige tijd van gladgestreken sterren juist het allerbeste. Doe het goed, ouwe. En ja, je had gelijk: zo erg was het niet. Maar zonder jou is het wel een stuk leger.