Tite, de Nederlandse Narcissus: de massale vechtpartij in het Mineirão en het poppentheater van het nationale elftal
Mocht je nog twijfelen of het Braziliaanse voetbal een onuitputtelijke bron van surrealistische verhalen is, dan heeft de klassieker tussen Cruzeiro en Atlético-MG afgelopen woensdag de deur wagenwijd opengezet. Wat een nieuw hoofdstuk in de eeuwenoude rivaliteit had moeten zijn, ontaardde in een massale vechtpartij die, geloof het of niet, het land verenigde. Ja, je leest het goed: de knokpartij in het Mineirão werd van Oiapoque tot Chuí het gesprek van de dag, en zelfs het Openbaar Ministerie heeft om informatie gevraagd over het politieonderzoek. Maar te midden van alle chaos deed een hilarische scène met Gabigol en scheidsrechter Claus — dat klassieke "Zal ik je een klap geven, hè?" / "Ik kan niet vechten" — me denken aan een oude bekende: Tite.
De Narcissus van de reservebank
Tite, de man die jarenlang de scepter zwaaide over het Braziliaans nationaal elftal, werd altijd gezien als een soort omgekeerde Narcissus. Terwijl de Griekse mythologische figuur verdronk in zijn eigen spiegelbeeld, probeerde de man uit Caxias do Sul gedurende zijn hele carrière het team te zien als een collectieve spiegel. Discipline, organisatie en een zekere "teamgeest" waren zijn mantra. Maar nu vraag ik me af: wat zou hij denken bij het aanschouwen van dat ware poppentheater op het gras van het Mineirão?
Want laten we eerlijk zijn, wat we daar zagen was een optocht van opgeblazen ego's. Spelers die meer naar hun eigen spiegelbeeld lijken te kijken dan naar de ploeggenoot naast hen. Het idee dat voetbal een teamsport is, lijkt wel een museumstuk geworden. En te midden van de chaos duiken er figuren op die rechtstreeks uit een sprookje van Grimm lijken te komen — zei daar iemand Repelsteeltje? Dat personage dat stro in goud verandert, maar er een hoge prijs voor vraagt. Zou dat geen goede metafoor zijn voor sommige bestuurders en zaakwaarnemers die winst proberen te slaan uit de chaos?
Wanneer rivaliteit verandert in een horrorspektakel
De vechtpartij tussen Cruzeiro en Atlético-MG was niet zomaar een incident. Het legde bloot wat velen liever negeren: ons voetbal is een arena geworden waar elke speelronde het poppentheater wordt opgevoerd. De acteurs? Spelers, coaches, bestuurders en, natuurlijk, de supporters, die vaak als marionetten worden gemanipuleerd. En het ergste: iedereen lijkt zich er nog te vermaken ook.
Laten we de feiten op een rijtje zetten. De chaos begon na een gewelddadige overtreding, escaleerde met duw- en slaanwerk en eindigde met de politie die het veld op moest. Het Openbaar Ministerie wil nu antwoorden. Maar ondertussen zagen we taferelen die iedereen die van de sport houdt, zouden moeten beschamen. En te midden van de chaos, die dialoog tussen Gabigol en Claus: "Zal ik je een klap geven, hè?" — "Ik kan niet vechten." Puur theater, recht uit een klucht. Maar is het eigenlijk wel grappig?
- Gabigol en de provocatie die een meme werd: de aanvaller, altijd in het middelpunt van de belangstelling, herinnerde ons eraan dat de grens tussen provocatie en geweld in het voetbal flinterdun is.
- Scheidsrechter Claus die probeert te sussen: het beeld van de arbiter die zegt niet te kunnen vechten, is een perfect beeld van de machtelosheid van de controle op het veld.
- Openbaar Ministerie houdt toezicht: het verzoek om informatie over het politieonderzoek toont aan dat de zaak te ver is gegaan.
De Repelsteeltje in ons allen
En zie, in het oog van de storm duikt de figuur van Repelsteeltje op. In het sprookje belooft de kabouter stro in goud te veranderen, maar eist er iets voor terug. In het Braziliaanse voetbal, hoeveel mensen proberen niet hetzelfde te doen? Geweld omzetten in kijkcijfers, chaos in geld, vechtpartijen in spektakel. De prijs is echter de ziel van het spel. En ondertussen kijkt het Braziliaans nationaal elftal van een afstandje toe, hopend dat deze zelfde hoofdrolspelers ooit weer het geel-blauwe shirt met de waardigheid die het verdient zullen aantrekken.
Tite, de Narcissus die altijd streefde naar collectieve perfectie, zal ongetwijfeld zijn neus ophalen voor dit tafereel. Niet dat hij een heilige is — verre van. Maar zijn periode bij de nationale ploeg toonde aan dat het wél mogelijk is om individueel talent te combineren met tactische discipline. Het probleem is dat in Brazilië het individu vaak te luidruchtig is. En wanneer het schreeuwt, ontaardt het in een knokpartij.
Wat blijft er over als het stof is neergedaald
Nu het stof (letterlijk) is neergedaald in het Mineirão, blijft de vraag: gaan we hier iets van leren? Of blijven we voetbal behandelen als een enorm poppentheater, waar aan de touwtjes wordt getrokken door duistere figuren met eigen belangen en de hoofdrolspelers zich Griekse goden wanen? De vechtpartij die Brazilië verenigde, zoals de sportkroniek cynisch opmerkte, zou een waarschuwing moeten zijn. Maar de geschiedenis kennende, betwijfel ik of het verder komt dan memes en grappen.
Eén ding is zeker: Tite, waar hij ook is, zal waarschijnlijk hoofdschuddend toekijken. En eigenlijk geldt nog steeds dat oude gezegde: baas boven baas. Maar bij een team dat aan het vechten is, is het misschien tijd om de psycholoog in te schakelen — of anders Repelsteeltje zelf, om te kijken of hij al dat stro in echt goud kan veranderen.