Orban tegen Selenskyj: Dreigt de oorlog zich nu ook uit te breiden naar Hongarije en Oekraïne?
Je kent het wel, ruzies tussen buren: eerst vallen er harde woorden, dan klapt de deur dicht. Alleen gaat het dit keer om 90 miljard euro, een oliepijpleiding en de vraag hoe ver een EU-lidstaat kan gaan om zijn zin door te drijven. Het conflict tussen Hongarije en Oekraïne heeft in de afgelopen 48 uur een nieuwe dimensie bereikt – en wij in Oostenrijk zitten er middenin, financieel gezien tenminste.
Van 'in hun eigen taal toespreken' en aangehouden bankiers
Laten we bij het begin beginnen, ook al gaan de gebeurtenissen snel. Eigenlijk draait het om de Druzjba-pijpleiding. Daardoor stroomt Russische olie naar Hongarije en Slowakije. Sinds eind januari is er echter een opstopping, omdat een pompstation in West-Oekraïne zwaar beschadigd is geraakt bij een Russische drone-aanval. Uit de kringen rond de Oekraïense regering vernam men onlangs dat de reparatie vanwege het constante gevaar van nieuwe aanvallen minstens tot half april zal duren. In Boedapest gelooft men dat uiteraard niet en spreekt men achter gesloten deuren van een politiek gemotiveerde 'olieblokkade'.
Vanwege het gebrek aan olie heeft de Hongaarse premier Viktor Orban een miljardenzwaar EU-hulppakket voor Oekraïne geblokkeerd. 90 miljard euro, dat Kiev dringend nodig heeft voor de verdediging. Dat deed bij de Oekraïense president Volodymyr Selenskyj de stoom uit de oren slaan. Tijdens een regeringsvergadering in Kiev dreigde hij Orban indirect, maar voor iedereen begrijpelijk: Mocht de Hongaar blijven blokkeren, dan zouden de 'jongens' hem in zijn eigen taal toespreken. Een uitspraak die in Oost-Europa zeker als strijdlustig wordt opgevat.
In Boedapest noemde men dat 'onaanvaardbaar'. En toen gebeurde er iets dat het conflict naar een geheel nieuw niveau tilde. Nog diezelfde nacht liet de Hongaarse politie in Boedapest twee geldtransporten van de Oekraïense staatsbank Oschadbank stoppen. Zeven medewerkers werden aangehouden, de inhoud in beslag genomen: 40 miljoen Amerikaanse dollar, 35 miljoen euro en negen kilogram goud. De beschuldiging uit Boedapest: witwassen. In Kiev daarentegen spreekt men van 'staats terreur' en 'gijzeling'.
De kwestie met de Raiffeisen
En hier komt Oostenrijk in beeld. Uit goed geïnformeerde kringen in Kiev verneemt men dat de kostbaarheden volledig legaal zijn vervoerd in het kader van een overeenkomst met de Raiffeisen Bank International. Een detail dat men niet onvermeld mag laten. Het laat zien hoezeer dit conflict ook ons land raakt. Het gaat niet alleen om verre geopolitieke spelletjes, maar om concrete financiële stromen die via de Weense beursvloer lopen. Voor velen in Hongarije en Oekraïne is dit het bewijs dat het Westen – en dus ook wij – allang partij is.
Om het overzicht te bewaren, hier de laatste escalatieniveaus in vogelvlucht:
- Eind januari: Russische drone beschadigt pompstation van Druzjba-pijpleiding in West-Oekraïne. Olie-stoppen naar Hongarije.
- Half februari: Hongarije blokkeert uit vergelding EU-militair krediet van 90 miljard euro voor Oekraïne.
- Begin maart: Orban dreigt de 'olieblokkade' desnoods 'met geweld' te doorbreken.
- 5 maart: Selenskyj pareert met de 'telefoontje'-dreiging richting de 'vent' die de EU-hulp blokkeert.
- Nacht van 6 maart: Hongarije neemt Oekraïense bankiers gevangen en onderschept een geldtransport uit Oostenrijk.
Verkiezingstijd met getrokken messen
Men mag één ding niet vergeten: in Hongarije wordt op 12 april gestemd. En Viktor Orban staat zwaar onder druk. De oppositie met zijn uitdager Peter Magyar ligt in de peilingen voor. Orban heeft een vijandbeeld nodig om zijn kernkiezers te mobiliseren. Vroeger was het George Soros, vandaag is het Selenskyj en 'Brussel'. Dat de Oekraïense president hem nu zo'n buitenkansje heeft geboden, is voor de Fidesz-campagne een geschenk uit de hemel. Overal in Hongarije hangen posters die Selenskyj als oorlogshitser tonen.
Maar ook Oekraïne speelt een tactisch spel. Door het repareren van de pijpleiding uit te stellen tot na de Hongaarse verkiezingen, lijkt men openlijk in te zetten op een regeringswissel in Boedapest. Een riskante koers, want het geld uit het EU-krediet heeft men nu nodig, niet in mei.
Een gevaarlijk precedent
Voor ons in Oostenrijk en de EU is deze ontwikkeling een ramp. Hier laat een lidstaat zien hoe het met veto en nationale eenmansacties de hele unie voor zich uit kan drijven. Hongarije blokkeert niet alleen geld voor Oekraïne, maar onlangs ook het 20e sanctiepakket tegen Rusland. En Moskou wrijft zich in de handen. Het Kremlin strooit met gunsten richting Orban, schonk hem pas dagen geleden twee Oekraïense krijgsgevangenen van de Hongaarse minderheid. Dat zijn klassieke narratieven: 'Kijk eens, de sterke man in Boedapest haalt "onze" mensen naar huis, terwijl het Westen alleen maar praat.'
De aanhouding van de bankiers en de confiscatie van het geld zijn een novum. Nog nooit heeft een EU-land zo openlijk beslag gelegd op eigendommen van een ander, door Rusland aangevallen land. Als dat navolging krijgt, wordt de situatie onberekenbaar. Men kan alleen maar hopen dat er in Brussel, Wenen, Boedapest en Kiev nog een paar koele hoofden over zijn die begrijpen dat deze 'oorlog naast de oorlog' uiteindelijk maar één partij dient: Vladimir Poetin.
Het blijft dus spannend – en gevaarlijk. Zoals een overzicht van de laatste 48 uur laat zien, is de situatie explosief. Men kan deze gids door het politieke mijnveld alleen maar afsluiten met de dringende aanbeveling om de komende dagen goed in de gaten te houden. Want één ding is duidelijk: als Hongarije en Oekraïne niet snel weer tot bedaren komen, zijn we uiteindelijk allemaal de klos.